clear
{{language.name}} Neniu lingvo trovita.
swap_horiz
{{language.name}} Neniu lingvo trovita.
search

Frazoj en la nederlanda kun sonregistraĵo (entute 1 959)

nld
Dan ga ik wel sudokuspelen, in plaats van jou nog verder te storen.
nld
Daarna ging ik daar weg, maar ik kwam erachter dat ik mijn tas vergeten was.
nld
Aap, wat heb je mooie jongen.
nld
Boter bij de vis.
nld
"Is het goed als ik met jullie meega?" "Natuurlijk!"
nld
Hemel en hel bestaan enkel in de harten van mensen.
nld
De Katholieke Kerk is tegen echtscheiding.
nld
Ik ben ziek.
nld
Ik wacht al uren lang.
nld
Hij is niet mijn vriendje, maar mijn broer.
nld
Ik hou er niet van als wiskundigen die veel meer weten dan ik hun gedachten niet duidelijk kunnen uitdrukken.
nld
Een ezel stoot zich in 't gemeen geen tweemaal aan dezelfde steen.
nld
Excuseer.
nld
Ik moet je een domme vraag stellen.
nld
Kun je iets beters bedenken?
nld
Maak je geen zorgen over ons.
nld
Heeft zij een hond? Nee.
nld
Geen nieuws is goed nieuws.
nld
Ik lees stripboeken.
nld
Hij beloofde met haar te trouwen.
nld
Ik heb een grote familie.
nld
Het is één april.
nld
Tot uw dienst.
nld
Ik heb buikpijn.
nld
Daar is hij.
nld
De koe voorziet ons van melk.
nld
Ik heet Tamako, en jij?
nld
Maria werkt voor een NGO in Afrika.
nld
Van dik hout zaagt men planken.
nld
Je beeldt je dingen in.
nld
Ik ben ook leraar.
nld
Verdragen kan onverdraaglijk zijn.
nld
Vergeet niet dat we huiswerk hebben.
nld
Gaat u zitten.
nld
Wie het kleine niet leert, doet het grote verkeerd.
nld
Jij bent nerveus.
nld
De meeste mensen schrijven over hun dagelijks leven.
nld
Geef me een fles wijn.
nld
Je bent een dokter.
nld
Het is fris vandaag.
nld
Het sneeuwt.
nld
Heeft ze een piano?
nld
Ik weet niet of je haar leuk vindt.
nld
Goed begonnen is half gewonnen.
nld
Heeft u een kredietkaart?
nld
Eet smakelijk!
nld
Het leek erop dat lezen een van zijn ongezonde gewoontes was, aangezien hij zich even gretig stortte op alles wat hij maar in handen kreeg.
nld
Frankrijk voerde oorlog met Rusland.
nld
Hoogmoed komt voor de val.
nld
Wat zegt u?
nld
Deze berg is het hele jaar door bedekt met sneeuw.
nld
Ik geloof dat ik daarover een theorie heb.
nld
Zij rent.
nld
Vergeet het kaartje niet.
nld
Zijn vaderland is Duitsland.
nld
Ik ben een leraar, geen student.
nld
Dit is een goed lesboek.
nld
Veel mensen schrijven over hun dagelijks leven.
nld
Apen zijn intelligent.
nld
Wat moet ik meenemen?
nld
Dan hebben we een probleem...
nld
Hoeveel kinderen heb je?
nld
Hij is homo.
nld
Ik heb twee hamburgers besteld.
nld
Al doende leert men.
nld
Ik ben thuis.
nld
Laten we teruggaan.
nld
Als ik zo zou kunnen zijn...
nld
Zwitserland is een neutraal land.
nld
Je bent ziek!
nld
Dat haal je de koekoek.
nld
Toen ik nog op de middelbare school zat, stond ik elke morgen om 6 uur op.
nld
Wiskunde is het deel van de wetenschap waarmee je je nog steeds zou kunnen bezighouden als je 's morgens wakker zou worden en zou merken dat het heelal er niet meer is.
nld
De Mississippi is een diepe en brede rivier.
nld
Dit is mijn lievelingsliedje.
nld
Ik weet niet wat te zeggen...
nld
Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig.
nld
Heb je geen trek?
nld
Jij bent de allermooiste bloem in mijn leven.
nld
Goedkoop is duurkoop.
nld
Hij stierf 3 dagen daarna.
nld
Zo goed spreek ik geen Frans.
nld
Zijn kinderen zijn groot geworden.
nld
Waarom is hij hier?
nld
Heeft u tijd?
nld
Zijn ogen zijn groter dan zijn maag.
nld
Goede studenten studeren hard.
nld
Je kunt het!
nld
Ken heeft meer boeken dan jij.
nld
Mijn verjaardag is op tien november.
nld
Ik had bijna mijn paraplu in de trein laten liggen.
nld
Goedenavond.
nld
We hebben honger.
nld
Deze wei zit vol kikkers.
nld
Dat is niet belangrijk.
nld
Wat was je vanochtend aan het doen?
nld
Dank je wel!
nld
Vele handen maken licht werk.
nld
Het papier is wit.
nld
In haar slaapkamer stond een tafeltje. En daarop stond een klein flesje.