clear
{{language.name}} Neniu lingvo trovita.
swap_horiz
{{language.name}} Neniu lingvo trovita.
search

Frazoj en la nederlanda kun sonregistraĵo (entute 1 961)

nld
Aap, wat heb je mooie jongen.
nld
Heb je een condoom?
nld
Wat een verrassing!
nld
Hoe lang bent u?
nld
Om de oorlog te financieren zijn er obligaties uitgegeven.
nld
Ik heb altijd meer van mysterieuze personages gehouden.
nld
John weet niet wat hij verder moet doen.
nld
Om de een of andere reden werkte de microfoon daarnet niet.
nld
Leugens hebben korte benen.
nld
Verbaas u niet, verwonder u slechts.
nld
Ik rook niet.
nld
David Beckham is Engels.
nld
Hij is hier!
nld
Wie zijn zij?
nld
Gisteren was het zondag.
nld
Ik spreek Zweeds.
nld
Daar is hij.
nld
De jongen is heel eerlijk.
nld
Ze vraagt hoe dat kan.
nld
Ben je voor of tegen abortus?
nld
Hij woont in een appartement.
nld
Wat hij ook doet, hij doet het goed.
nld
We missen je allemaal heel erg.
nld
In de winter slaap ik onder twee dekens.
nld
Doe de groeten aan opa.
nld
"Is het goed als ik met jullie meega?" "Natuurlijk!"
nld
Gaat u zitten.
nld
Honger maakt rauwe bonen zoet.
nld
Wat het oog niet ziet, het hart niet deert.
nld
Hij heeft lange benen.
nld
De olie in de lamp is op.
nld
Goed begonnen is half gewonnen.
nld
Vissen leven in het water.
nld
Het is fantastisch om in Amerika te zijn, als je hier bent om geld te verdienen.
nld
Je bent niet echt dom.
nld
Moet je echt de vraag stellen om het antwoord te weten te komen?
nld
Zalig de korten van geheugen.
nld
De partijleider is een beroemd geleerde.
nld
Zijn vaderland is Georgië.
nld
Ik weet niet wat dat is.
nld
Spreken jullie Engels?
nld
Dat was mijn zin!
nld
Tom was snel.
nld
Hoeveel geld heb je?
nld
Ik heb drie maal meer boeken dan zij.
nld
Verjaardagen zijn belangrijk.
nld
Hoe oud is die kerk?
nld
Ben je tien jaar?
nld
Donderdags gaan we naar de bioscoop.
nld
Juridische terminologie is voor de meeste leken onbegrijpelijk.
nld
Hij schrijft mij eens per week.
nld
Iedereen wil u ontmoeten, u bent een beroemdheid!
nld
Da's niet gek!
nld
Het was heet gisteren.
nld
Wij zijn zwak.
nld
Hoeveel tassen heb je?
nld
Jij bent zeer elegant.
nld
Zij is gelukkig.
nld
U bent onpartijdig.
nld
Het is al augustus.
nld
Ik was geneesheer.
nld
Ik kan nog steeds niet goed Chinees schrijven.
nld
Onze school is afgebrand.
nld
In haar slaapkamer stond een tafeltje. En daarop stond een klein flesje.
nld
Zwitserland is een neutraal land.
nld
Wat is de hoogste berg van Noord-Amerika?
nld
Oost, west, thuis best.
nld
Hij heeft een eigen huis.
nld
Als de nood het hoogst is, is de redding nabij.
nld
Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig.
nld
Ik hou niet van onregelmatige werkwoorden leren.
nld
Het is heet vandaag.
nld
Zijn hoed zag er heel grappig uit.
nld
Over dit meer bestaat een mysterieuze legende.
nld
Tom spreekt vloeiend Japans.
nld
Er ontbreken twee bladzijdes uit dit boek.
nld
Hij wilde vroeg wakker gemaakt worden door zijn vrouw.
nld
Toen ik wakker werd, was ik verdrietig.
nld
Ik had niet moeten uitloggen.
nld
Dit is Japan.
nld
Hoe heet u?
nld
Hij stond tot zijn enkels in het water.
nld
De medicijnen versnelden het groeiproces.
nld
Plato is mijn vriend, maar de waarheid is mij meer waard.
nld
Japans spreken is makkelijk voor mij.
nld
Loop eens wat langzamer.
nld
Bedankt!
nld
Men moet een paard de rug niet stuk rijden.
nld
Voor niets gaat de zon op.
nld
Zij is mijn klasgenoot.
nld
Hij is niet dommer dan jij.
nld
Mijn ogen zijn rood.
nld
Ik ben student.
nld
Ze is actief.
nld
Weet je iets van complexe koolhydraten?
nld
We hebben honger.
nld
Vandaag is het woensdag.
nld
Heeft u honger?
nld
Zij is mooi.
nld
Zij is ouder dan Tom.