menu
Tatoeba
language
Register Log in
language English
menu
Tatoeba

chevron_right Register

chevron_right Log in

Browse

chevron_right Show random sentence

chevron_right Browse by language

chevron_right Browse by list

chevron_right Browse by tag

chevron_right Browse audio

Community

chevron_right Wall

chevron_right List of all members

chevron_right Languages of members

chevron_right Native speakers

search
clear
swap_horiz
search

Sentences in Dutch with audio (total 1,958)

nld
Zoiets heb ik nog nooit in mijn leven gezien, niet één keer!
nld
Kijk eens aan. Wat een geweldige cadeautjes! Wat ben ik blij!
nld
Wat de boer niet kent, dat eet hij niet.
nld
Wat is jouw antwoord?
nld
Het is vandaag vreselijk warm.
nld
Kerstmis is op vijfentwintig december.
nld
Ik weet niet wat ik nog meer kan doen.
nld
Dat is mijn antwoord!
nld
Wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen.
nld
Hij heeft een baard.
nld
Hoe hard je het ook probeert, Engels leer je niet in twee, drie maanden.
nld
Wat denk je dat ik aan het doen was?
nld
Het is toch maar goed dat ik een oma heb!
nld
Het is gevaarlijk om in die rivier te zwemmen.
nld
Wat in het vat zit, verzuurt niet.
nld
Spreek langzaam!
nld
Ik had de bloemen geen water hoeven geven. Ik was er maar net klaar mee, of het begon te regenen.
nld
Wil je niet met me mee?
nld
Dit eten is gevaarlijk voor de gezondheid.
nld
Weet wat je zegt, maar zeg niet alles wat je weet.
nld
De broedhen heeft een week op de eieren zitten broeden.
nld
Voor mij thee met citroen alstublieft.
nld
Doe de groeten aan opa.
nld
Is die slang dood of levend?
nld
Wie 's nachts uit vissen gaat, moet overdag zijn netten drogen.
nld
Tot weerziens!
nld
Ik ben misschien niet erg sociaal, maar dat betekent nog niet dat ik niet met mensen omga.
nld
Hij was weduwnaar, maar een jaar na de bruiloft van zijn zoon hield hij het niet meer uit en trouwde zelf ook.
nld
Ik heb een balpen, maar ik wil er nog één.
nld
Wie "a" zegt, moet ook "b" zeggen.
nld
Waar zijn de appels?
nld
De bus vertrekt dadelijk.
nld
Hij is net teruggekomen.
nld
"Jullie moeten samen een mandje appels naar opa brengen," zei moeder. "Jij houdt de ene kant vast, en jij de andere. En zo lopen jullie dan."
nld
Ik ben rechtshandig.
nld
Wie de schoen past, trekke hem aan.
nld
Zij is mijn klasgenoot.
nld
Ik ben werkloos.
nld
Vind je dit een mooie kleur?
nld
Ik was alleen in het lokaal.
nld
Wie een hond wil slaan, kan gemakkelijk een stok vinden.
nld
Hij is teruggekomen uit China.
nld
Waar ben je gisteren geweest?
nld
Niet alle rode appels smaken hetzelfde.
nld
Buitenlanders intrigeren me.
nld
Wie goed doet, goed ontmoet.
nld
Goede reis!
nld
Heb je een hond?
nld
Hoe groot is het?
nld
Japan heeft diplomatieke betrekkingen met China.
nld
Als u me zo niet kende, dan kende u me überhaupt niet.
nld
Buitenlanders maken me nieuwsgierig.
nld
Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.
nld
Korte rokken zijn niet meer in de mode.
nld
Ik was mijn sokken.
nld
Het is gewoonlijk niet zo druk.
nld
Om de oorlog te financieren zijn er obligaties uitgegeven.
nld
"Het is goed dat ik vertrek," zei ze tegen Goerov. "Dat is ons lot."
nld
Ze namen van elke appel een hap.
nld
Buitenlanders zijn vermakelijk.
nld
Wie het kleine niet leert, doet het grote verkeerd.
nld
Ik ben gelukkig met mijn vriendin.
nld
Hoe eet je dit?
nld
Hij heeft een boek geschreven over porselein.
nld
Wat denk je, wat zou ze gaan doen?
nld
De meeste mensen schrijven over hun dagelijks leven.
nld
Wie het onderste uit de kan wil hebben, krijgt het lid op de neus.
nld
Je moet rekening houden met zijn leeftijd.
nld
Hij schrijft mij eens per week.
nld
Jullie moeten heel stil zijn en op jullie tenen lopen. Het baby'tje slaapt.
nld
Steeds wanneer ik naar deze foto kijk, herinner ik me die gelukkige dagen op het platteland.
nld
Waar was zij op dat moment?
nld
Wie mooi wil wezen, moet pijn lijden.
nld
Geen probleem.
nld
Over dit meer bestaat een mysterieuze legende.
nld
Dat is te duur!
nld
Waarom ben je zo laat nog op?
nld
Wie niet horen wil, moet voelen.
nld
Frankrijk voerde oorlog met Rusland.
nld
Om de één of andere reden ben ik 's nachts levendiger.
nld
Ik ga buiten spelen. Ga je mee?
nld
Ik zal je vandaag verder niets vragen.
nld
Wie niet waagt, die niet wint.
nld
Hij heeft drie broers.
nld
Ons vliegtuig vloog boven de wolken.
nld
Dat vind ik erg leuk.
nld
Hoelang ben je gebleven?
nld
Wie veel eist, krijgt veel. Wie te veel eist, krijgt niets.
nld
Ik spreek een beetje Japans.
nld
Er zijn gevallen waarin deze regel niet geldt.
nld
Afgelopen week heeft ze een schitterende dochter gekregen.
nld
Hij kon met geen mogelijkheid iets bedenken om te doen.
nld
Het kostte minder dan vijftig dollar.
nld
Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje.
nld
Ik ben leraar.
nld
Ik dacht net aan een nieuwe baan.
nld
Ik spreek geen Japans.
nld
Het stoute jongetje verdwaalde en keek om zich heen.
nld
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
nld
Hoe oud is je vader?